donderdag 10 januari 2013

5b- Antroposofie en transhumanisme (&posthumanisme).


uit Apokalyps nu! zomer 2012

Antroposofie en transhumanisme (& posthumanisme).

Dit artikel is als een (eerste) inleiding bedoeld op een omvangrijk thema dat bij Steiner aangeduid wordt als materialistisch occultisme (ondernatuur) en mechanisch occultisme (morele krachten). (21) Daartoe wordt er eerst onderstaand in grote lijnen ingegaan op wat het darwinisme (neodarwinisme) en in navolging daarvan het sociaal darwinisme aan ideeën ontwikkeld heeft.
Dan, omdat we nu al  leven in het post-darwinistische tijdperk willen we de blik richten op het transhumanisme en het logische gevolg daarvan, het posthumanisme, zoals dat in navolging van het sociaal darwinisme aan het ontstaan is. (9,13, 18)
Bovenstaande titel had ook -antroposofie en transantroposme- kunnen heten, maar was dan minder duidelijk geweest. Vooral ook omdat zowel antropos als human –mens- betekenen, maar dat de invulling middels de toevoeging sofie een geheel verschillende is.

Heersend wereldbeeld.
Het volgende is de auteur opgevallen bij het lezen van populair wetenschappelijke geschriften en het zien van tv-documentaires, zoals deze o.a. op national geographic channel (NGC) vertoond worden, namelijk dat achter deze literatuur en documentaires bijna altijd een wereldbeeld schuilgaat, die als zodanig stilzwijgend en vanzelfsprekend wordt aangenomen.
Met name als het gaat om thema’s als geografie, astronomie, biologie, psychologie en de natuur; kortom als de ontwikkeling van mens en aarde in hun samenhang beschreven worden.
De schrijvers en programmamakers zien dit wereldbeeld als een objectieve en wetenschappelijke basis voor hun producten.

Denkbeelden.
Onderstaand wil de auteur enkele denkbeelden uit de hoek van de evolutionisten en Darwinisten belichten, die momenteel het heersende wereldbeeld bepalen.
Bewust wordt er niet voor gekozen om gezichtspunten vanuit het creationisme te beschrijven.
Ook wordt er hier vanaf gezien om vanuit de antroposofie een  kosmologische gedachtegang te ontwikkelen, die schepping met inbegrip van evolutie en involutie als middenweg tussen evolutietheorie en creationisme kan verklaren.

Oerknal
Er zijn natuurlijk meer theorieën, maar dat ons heelal zijn oorsprong gevonden heeft in de zogenaamde big bang of oerknal is wel een van de populairste. Ons wordt door serieuze wetenschappers beschreven dat dit heelal in aanvang kleiner was dan een zandkorrel , met een oneindige dichtheid. Dan wordt beschreven hoe e.e.a. na de oerexplosie begint uit te dijen en wat er dan in de eerste miljardste en daaropvolgende deelseconden allemaal gebeurt.
Er vormen zich gloeiende gaswolken en daaruit ontstaan melkwegstelsels, sterrenhopen, en sterren. In deze sterren (of zonnen) vormen zich de elementen en men stelt dat deze sterren ook weer kunnen ontploffen (supernova) waardoor de gevormde materie in de periferie terechtkomt en zodoende het basismateriaal vormt waaruit na afkoeling planeten kunnen ontstaan. (1)

Oerimplosie.
Een theorie die hierbij nauw aansluit is de big-crunch theorie; de idee daarachter is, dat als alle energie/materie in het heelal maar ver genoeg is uitgedijd, dat dan de onderlinge zwaartekracht van alle energie/materie uiteindelijk een halt toeroept aan deze uitdijing en dat daarna het heelal weer begint te krimpen en tenslotte implodeert tot het formaat van kleiner dan een zandkorrel , waarmee weer een nieuwe oerknal voorbereid wordt. (2) Dit idee heeft ook overeenkomsten met de theorie van een zwart gat. (22)

Entropie.
Een theorie die van het bovenstaande afwijkt is deze, die wel het uitdijende heelal postuleert, maar de uitdijing houdt nooit meer op en uiteindelijk raken alle hemellichamen ruimtelijk zover van elkaar verwijderd dat ook lichtcontact verdwijnt en alle zonnen uitdoven, slechts sintels overblijven en de energie die er nog is zich gelijkmatig verspreidt over het heelal, dat dan een warmtedood sterft. (3)

Oersoep.
Maar voordat het zover is, …..op de afkoelende planeet (in dit geval onze aarde) heersen  op een gegeven moment dusdanige omstandigheden,  dat er gesproken kan worden van de aanwezigheid van een oersoep met daarin een mix van mineralen en de idee is dat daarin de eerste bouwstenen van leven ontstaan zijn,  o.a. door bliksems e.d. uit de atmosfeer, wat als een chemisch/fysisch proces geduid wordt.
Wetenschappers hebben in laboratoria deze oersoep proberen te reconstrueren en met trots wordt ons medegedeeld, dat het gelukt is om op die manier bouwstenen van het leven te creëren.(4)
En dan wordt de gedachtesprong gemaakt dat uit die bouwstenen ook het leven is ontstaan. (5)

Evolutie.
Men heeft een mechanisme ontdekt, dat er voor zorgt dat er een evolutie plaatsvindt in de eenmaal uit de oersoep gevormde primitieve levensvormen.
Dat is, dat er nadat er leven gevormd is, door toeval spontaan mutaties optreden , daarbij worden er miljarden jaren als tijdspad genoemd. Dit kunnen zowel goede mutaties zijn, waardoor de levensvorm zich beter kan aanpassen aan de omgeving als slechte mutaties, die het omgekeerde bewerken waardoor de levensvorm dan weer verdwijnt. (6) Maar doelgerichtheid in deze evolutie ziet men niet.

Survival of the fittest.
Aangezien alleen die levensvormen overblijven, die zich kunnen aanpassen, zal er op die manier een natuurlijke selectie optreden, die  levensvormen steeds beter in staat stelt om zich verder te kunnen ontwikkelen. In de idee van Darwin, de strijd van de sterkste.

Mens.
Uiteindelijk komt men dan bij de mens terecht als eindproduct van een evolutie via mutatie en selectie. In deze visie hebben mensen en aapachtigen dezelfde stamboom. Wat de verhouding is tot het plantenrijk wordt hier door auteur buiten beschouwing gelaten.
Dat er bewustzijn kon ontstaan bij dieren (pijn, begeerte etc.) en bij de mens geest (denkvermogen), ziet men als een voortzetting van het ontstaan van leven, dus nog steeds een chemisch proces, weliswaar wel heel ingewikkeld en nog niet kompleet begrepen.
Maar in ieder geval als een product van de materie.

Tot zover in vogelvlucht enkele theorieën geschetst uit de hoek van de darwinistisch geïnspireerde evolutionisten. (15)

Kanttekeningen.
Men zou wat kanttekeningen kunnen zetten bij e.e.a.:
Een heelal kleiner dan een zandkorrel?
Een visie op het ontstaan van planeten werd vroeger wel eens veraanschouwelijkt tijdens natuurkundelessen op school. (methode Kant Laplace) In een teil met water werd een hoeveelheid olie gegoten, die op het water bleef drijven. Dit moest de vroegere gasmassa’s verbeelden. Vervolgens nam de leraar een spatel en begon hij in de teil te roeren met cirkelvormige bewegingen. In het midden vormde zich dan een bolvormige olievlek en daarvan los kwamen  oliebolletjes, die dan om het centrale deel heen bleven cirkelen. De centrale bol was dan de zon en de daarom heen cirkelende druppels de planeten. (7)
Dat in het echte heelal geen leraar waargenomen wordt die aan het roeren is, moge duidelijk zijn. De moderne computeranimaties die op deze manier het ontstaan van een sterrenstelsel simuleren laten deze afwezigheid nog minder opvallen.
Bij het kunstmatig nabootsen van een oersoep-situatie waaruit bouwstenen van het leven voortgebracht worden wordt dezelfde gedachtefout gemaakt, namelijk dat de wezens in het laboratorium op een intelligente manier aan het experimenteren zijn. Bij de oorspronkelijke oersoep en bij het roeren in de teil laat men vervolgens die (experimenterende) intelligentie weg.

De paradox van het (sociaal)darwinisme
Vanuit het niets (de oerknal)  is na ontzettend lange ontwikkelingstijden uiteindelijk de mens ontstaan uit oorspronkelijk dode materie. (maar wat is materie eigenlijk?) Het proces van toevallige mutatie en daarop volgende selectie, zouden een dergelijk ingewikkeld organisme als de mens hebben laten ontstaan.
Nu, de mens, een denkend wezen, zelfbewust,  begint steeds meer kennis te krijgen van genen, DNA etc. maar ook van computertechnieken. M.a.w. de mens zal eens in staat zijn om bewust mutaties op het menselijk organisme zelf uit te voeren, waardoor de menselijke evolutie aanzienlijk versnelt.
Denk nu eens dat deze mensgestuurde evolutie zo nog miljoenen jaren doorgaat en dan ook steeds perfecter wordt. Eens zal er dan een soort supermens ontstaan.
Een mensensoort, die naar believen ander leven kan scheppen. (8)

Transhumanisme-posthumanisme.
Nu de volgende gedachte: Als de mens in een verre toekomst inderdaad zo ver komt, en een supermens of Üebermensch wordt. Dan kan ditzelfde proces in de lineaire tijd gezien ook in het verre verleden ergens in het heelal plaatsgevonden hebben. Daarbij te denken aan andere wezens levend en zich ontwikkelend bij andere sterren op andere planeten.
Deze superwezens, scheppende goden (in onze ogen), die in het verre verleden al bereikt hebben wat de mens in de (verre) toekomst kan evenaren, zouden aan de wieg gestaan kunnen hebben van ons als aardemensheid………..Deze gedachte heeft al een hele menigte UFO gelovigen in zijn ban. Een titel van een boek van de populaire Erich von Däneken luidde dan ook: -waren de Goden kosmonauten?-

Dit laatste slechts als ludiek gedachte-experiment, dat de oerknal middels toeval en selectie en daarna versneld door zelfgestuurde evolutie een scheppende geest zou kunnen voortbrengen volgens het sociaal darwinisme, dat daarmee overgegaan is in een zienswijze die tegenwoordig transhumanisme genoemd wordt. (9)

In een later gepland artikel willen we hier veel uitvoeriger op ingaan. Onderstaand enkele citaten en een verwijzing naar een youtube filmpje. Het tijdsbestek waarover hieronder gesproken wordt is echter geen miljoenen jaren, maar slechts enkele decennia.

Binnen 30 jaar zullen we de technologische middelen hebben, bovenmenselijke intelligentie te scheppen. Kort daarna zal het tijdperk van de mensheid ten einde zijn […] Ik acht het passend, deze gebeurtenis als een singulariteit te bestempelen. Het is een punt, waar we onze modellen moeten opgeven, een nieuwe werkelijkheid heerst daar dan… En toch: wanneer het dan eindelijk zo ver is, zal het wel een grote verrassing en een nog grotere onbekendheid zijn. (Vernor Vinge, The Coming Technological Singularity 1993)


De wereldberoemde transhumanist, futurist en uitvinder Raymond Kurzweil, (10) oprichter van Kurzweil Technologies, noemt 2029 als de datum waarop er een definitief omslagpunt zal zijn en de computer het menselijk brein zal evenaren, aanvullen, verbeteren en vervolgens voorbijstreven. Vanaf 2030 zal het onderscheid tussen virtuele en fysieke werkelijkheid weggevallen zijn omdat de hersenen kunstmatig tot een realiteitsbeleving zullen worden gestimuleerd, zegt Kurzweil in een interview voor VBS-televisie. Elk lichaam zal ‘geoptimaliseerd’ zijn met neurologische chips. In 2045 zal er een nieuw ‘verbeterd’ mensenras opstaan, de kroon op de eugenetica (20), als mens en machine zullen samensmelten tot een hybride. Kurzweil noemt deze fusie ‘De Singulariteit.’32 (11)




Dit filmpje boven op youtube is het verhaal van de man  (Kevin Warwick) die het over koeiengeloei  heeft als de (beeld)spraak voor sprekende achtergebleven mensen.
Deze mensen worden dan als sub-species gekarakteriseerd. Warwick is de man die samen met zijn vrouw een chip heeft laten implanteren opdat ze direct via hun zenuwstelsel met elkaar kunnen communiceren. De bedoeling in de nabije toekomst is dat de communicatie direct van brein naar brein gaat functioneren zodat je als mensen onderling bliksemsnel kunt communiceren zonder het gesproken woord nog nodig te hebben. Kennis hoef je je niet meer eigen te maken maar kun je downloaden naar je geïmplementeerde chip die direct via het zenuwstelsel met de hersenen verbonden kan worden, zodat je dan ook je geheugen kunt upgraden. De cyborg.

Een definitie uit wikipedia:
Posthumans zijn personen met ongeëvenaarde lichamelijke, intellectuele en psychische mogelijkheden, zelf-programmerende, zelfstandig en onafhankelijk handelende, potentieel onsterfelijke, ongelimiteerde individuen.(13)

Als laatste nog enkele citaten van Steiner die komende ontwikkelingen signaleerde.
In volgende artikelen willen we dan dit thema verder gaan uitdiepen.
In de artikelen over de incarnatie van Ahriman (16) wordt ook aangeduid, dat de hele opbouw van de infrastructuur van deze incarnatie er op gericht is een lichamelijkheid voor te bereiden , waarin Ahriman ten volle zijn doelstellingen zal kunnen verwezenlijken.
De stroming vertegenwoordigt door het transhumanisme en het posthumanisme zijn dienstbaar aan dit streven. (13)

Het samensmeden van het mensenwezen met het machinale wezen, dat zal voor de rest van de aardeontwikkeling een groot, aanzienlijk probleem zijn. Ik heb er weloverwogen vaker op opmerkzaam gemaakt, ook in openbare voordrachten, dat het bewustzijn van de mensen samenhangt met afbrekende krachten. Tweemaal heb ik het in openbare voordrachten in Basel gezegd: In ons zenuwstelsel  (hinein ersterben wir) maken we een sterfproces door..-Deze krachten, deze wegstervende (ersterbende) krachten, ze zullen steeds krachtiger en krachtiger worden. En er zal de verbinding gelegd worden tussen de in mensen wegstervende (ersterbende) krachten die verwant zijn aan elektrische, magnetische krachten en de uiterlijke machinekrachten. De mens zal in zekere zin zijn bedoelingen, zijn gedachten in de machinekrachten kunnen invoeren. Nog onontdekte krachten in de mensennatuur zullen worden ontdekt, zulke krachten, welke op de uiterlijke elektrische en magnetische krachten inwerken. Dat is het ene probleem: het samenbrengen van de mens met het mechanische, dat steeds meer en meer om zich heen moet grijpen in de toekomst. (14)

Nu is er intelligentie op de aarde. Nu wordt het van het allergrootste belang, nu grijpt het ook in in het aardse van de mensen. Het geestelijke bereidt zich voor, om voor de eerste keer rasvormend te worden. En de tijd zal komen, dat men niet meer zal kunnen zeggen: de mens ziet er zo uit alsof hij ergens thuis hoort, hij is een Turk of Arabier of een Engelsman of een Rus of een Duitser; maar men zal moeten zeggen: deze mens voelde zich in een vorig aardeleven geroepen, zich tot het spirituele in Michaëlische zin te wenden. Zodat ook direct fysiek-scheppend, fysiek-vormend datgene optreedt, wat door (tijdgeest) Michaël beïnvloed is.(17)

Dit laatste duidt op een richting die de mensen kunnen inslaan, die niet willen meegaan met de transhumanistische ideeën en praktijk, waar mensen om zich verder te kunnen evolueren zich door genetische en computertechnieken laten “verbeteren” of updaten.
Een alternatief daartegen zal zijn om een spirituele ontwikkeling te gaan en zich o.a. uiteen te zetten met het witmagische deel van het mechanische occultisme. (19)

Hier nog een filmpje met de titel mad scientists. De titel spreekt voor zich.




Kees Kromme

Noten:
2.  http://nl.wikipedia.org/wiki/Big_Crunch ) Een metafysische duiding is wel eens genoemd dat dit een ademhaling van Brahman zou zijn.
14. GA 178, 25-11-1917, Yeshayahu Ben Aharon maakt in zijn cursussen en zijn nieuwe boek een speerpunt van dit thema  De Gebeurtenis in Werenschap, Geschiedenis, Filosofie en Kunst,
Nog 2 boeken zijn in de maak  http://www.event-studies.org/
een update en vraag van Aharon in dit artikel. dd 4-1-2013.wb medewerking inzake het scheppen van een spirituele tegenhanger van het fenomeen technologische singulariteit
15. Aangezien dit slechts op vereenvoudigde wijze en in een notedop samengevat is, verwijs ik graag naar het  boek van Arie Bos, waar e.e.a. wat uitvoeriger beschreven wordt: http://www.iocob.nl/boekbespreking/hoe-de-stof-de-geest-kreeg.html
16. De triomf van Ahrimans komende incarnatie deel 1,2 en 3 zoals in verschillende uitgaven van Apokalyps Nu!   te lezen.
17. GA 237,  3-8-1924.
In GA 186 spreekt Steiner zowel over materialistisch occultisme als over mechanisch occultisme.
Als het gaat over materialistisch occultisme dan steeds in verband met het misbruik wat door bepaalde groeperingen van deze (toekomstige) kracht gemaakt kan worden. Als het gaat over mechanisch occultisme, dan kan dat zowel gebruikt worden voor niet egoïstische doeleinden dmv morele mechanische techniek, maar ook hier blijkt misbruik mogelijk te zijn. GA 186, 01-12-1918 zie ook
noot 19, e.e.a. zal nog wat uitvoeriger ter sprake komen in komende nummers van Apokalyps Nu.

zondag 6 januari 2013

gemeenschap en gemeenzaamheid; hoe houdt de individuele mens zich staande te midden van het wereldgebeuren? - Renée Zeylmans



Bijdrage Apocalyps-Nu winter 2012

“De aarde heeft antroposofie nodig, wie dat inziet, is antroposoof”

Hoe kunnen we in het wereldgebeuren staan, wat kunnen we bijdragen? Maar ook waar putten we kracht uit om niet meegesleept te worden! Hoe meer je weet en doorziet, geeft ook leed en eenzaamheid. Het is niet anders, dat is de weg. Geesteswetenschap beoefenen, betekent verantwoordelijkheid, niet consumeren of jezelf verheffen. Het leed van de medemens is ook mijn leed.
Steiner:” Wanneer de mensen de geestelijke wereld willen leren kennen moeten zij ertoe komen bij een onjuiste zaak zielenpijn, en bij een juiste zaak zielenvreugde te ervaren. Over de waarheid zou men zich zo moeten verheugen alsof men van iemand een miljoen geschonken krijgt! En zo moet men innerlijk, in de ziel kunnen lijden wanneer men ontdekt dat men voorgelogen wordt – zoals het lichaam lijdt wanneer het ernstig ziek is. De ziel moet niet ziek worden, maar moet pijn of vreugde ervaren, zoals het lichaam ziekte ervaren kan of juist een weldadig gevoel
(Rhytmen im Kosmos und im Menschenwesen GA. 350

Dat we met de Antroposofie in aanraking mochten komen, geeft een onmetelijke verantwoording naar de medemens
Steiner: “Niet enkel een weten is de antroposofie, maar een verantwoordelijkheid, die ons met het hele wezen van de aarde verbindt en verbonden houdt

Het is belangrijk om de gebeurtenissen in de wereld onder ogen te zien, zoals Steiner dit onder woorden brengt: “Voor alles moet je weten dat je nu, nadat deze machten nu eenmaal naar de aarde omlaag zijn gebracht (datum), met hen moet leven, dat ze er zijn. Dat ze het machtigst worden als je je ogen voor hen sluit. Dat is het nu juist, dat deze Ahrimanische machten, die van het menselijk intellect bezit hebben genomen, het machtigst worden als je niets over hen wilt weten, niets over hen wil horen”
(…) want het zou hun goed uitkomen dat de mensen niets van hen zouden weten en zij in het onderbewustzijn van de mensen zouden kunnen werken.
(…) Ze kunnen gedijen doordat men die elementen verzorgt die ze juist zo graag onder de mensen van onze tijd willen verbreiden: vooroordeel, onwetendheid en vrees ten opzichte van het geestelijk leven. Met niets steun je de Ahrimanische machten zo zeer als met deze vooroordelen.
(…) Het is waar wat altijd door ingewijden gezegd is: wanneer datgene de mens doorstroomt wat van spirituele wijsheid afkomstig is, dan is dat  voor de Ahrimanische machten een grote verschrikking van duisternis en een verterend vuur. Een prettig gevoel is het voor de
Ahrimanische engelen om in de hoofden te wonen, die in onze tijd met Ahrimanische wetenschap gevuld zijn. Maar als een verterend vuur, als een grote verschrikking van duisternis worden door de Ahrimanische engelen die hoofden ervaren die van spirituele wijsheid doordrongen zijn. Laten we zo’n zaak heel serieus nemen, en het volgende voelen: wanneer we onszelf met spirituele wijsheid doordringen, dan gaan we zo door de wereld dat we de basis leggen voor een juiste verhouding tot de Ahrimanische machten, dat we zelf door wat we doen, datgene opzetten wat er moet zijn, dat we tot heil van de wereld de plaats van het  verterende offervuur opzetten, de plaats waar de verschrikking van de duisternis het schadelijke Ahrimanische overstraalt.Doordringt u met zulke ideeën, doordring u met zulke gevoelens! Dan wordt u wakker en u bekijkt wat daar buiten in de wereld plaatsvinden, bekijkt wat daar buiten, in de wereld gebeurd.
( De val van de geesten van de Duisternis GA. 177.  ISBN 978-90-72052-75-9)

Hiermee is eigenlijk al veel gezegd en gewezen op onze verantwoordelijkheid. Steiner geeft nog vele handvaten die ons kunnen helpen om staande te blijven, de juiste verhouding te vinden t.a.v. het wereldgebeuren en de nadere komst van Ahriman. Daar wil ik proberen nader op in te gaan.
Wat m.i. ook belangrijk is om geen tegenstand te bieden door vijandigheid en veroordeling van de daden van de Ahrimanische wezens die werkzaam zijn in onze medemens. Gevoelens van antipathie en sympathie hebben meestal met onszelf te maken. Er kan ook mededogen zijn met de medemens die de weg naar de geestelijke wereld kwijt zijn geraakt, verzonken in de materialistische macht. “Hebt uw vijanden lief” Zo kunnen we ook kijken naar de machthebbers. Wat rest hun als ze het aardeleven verlaten? Inzicht en doorzicht hebben betekend nog niet het recht te veroordelen. Dan begeven we ons in dezelfde duisternis.

De antroposoof moet voelen dat we een deel van het geheel zijn, dat we voor alles wat er is, medeverantwoordelijk zijn. Wie niet in staat is om te voelen, dat hij er medeschuldig aan is wanneer morgen iemand steelt, die is niet in staat om te weten hoe hij met het geheel samenhangt, hij is niet in staat om de wortel van het kwaad te zoeken.(…) De gedachte dat we niet veel beter kunnen zijn dan een ander moet ons volledig vervullen. We moeten met de wereld leven, maar we moeten ziende met de wereld leven.

(Steiner, GA.266, Aus den Inhalten der esoterischen Stunden. Nederl. Esoterische scholing)

Het Johannes Evangelie

Wat kunnen we bijdragen dat altijd gepaard gaat met schenken. Maar wat ook onszelf kracht geeft. Dat is het Johannes Evangelie.
Dit heb ik mogen ervaren, na er langere tijd mee bezig te zijn, evenals het Onze Vader, maar daar kom ik straks op terug.
Merkwaardig hoe vaak de schaduw zich reeds in een vroegere tijd voordoet, wat zich soms pas vele jaren daarna in het leven plaats vindt. Ik zal zo ongeveer 14 jaar zijn geweest dat een vriend van mijn moeder, vervult van de proloog van Johannes, het daar eindeloos over had, dat dat voor hem levenslang was om te kunnen doorgronden. Tientallen jaren dacht ik hier niet meer aan, maar zo’n dertig jaar later kwam het weer in mijn gedachten en herinnerde ik mij precies de situatie en de uitgesproken woorden. Als we met onze biografie bezig zijn ontdekken we vaak deze wetmatigheid.
Hetzelfde in het wereldgebeuren, wij mensen zijn een eenheid met de kosmos, en ook daar werpen de schaduwen de gebeurtenissen vooruit. Ook waar opgang is moet ook een neergang zijn. Hoe zouden we ons anders kunnen ontwikkelen, ook in het wereld gebeuren is dat zichtbaar.

Mijn schoondochter stierf toen ze 27 jaar was aan een hersentumor. Na weken van intense verzorgende aanwezigheid was ik uitgeput toen ik na de uitvaart thuiskwam. De nachten daarna voelde ik hoe ze “over mij heen lag”, bescherming zocht? Wat moest ik? Ik kon haar toch niet afwijzen? De gedachte aan de proloog kwam bij mij op, “In het oerbegin was het woord en het woord was bij God”. Ik ging dit intens bewoorden, toen kwam ze langzaam van mij los. Ik voelde intens dat het goed was, ze vond de weg, omstraald door haar engel en alle hulp van de geestelijke wereld.


Proloog
In het oerbegin was het scheppende woord en het woord was bij God en het Woord was God, dit was in het oerbegin bij God.
Alles is door het Woord geworden en niets van het gewordene is anders dan door het Woord ontstaan.
In het woord was het leven en het leven was het licht der mensen en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet begrepen.
Er is een mens geworden, van God gezonden, zijn naam is Johannes.
Deze kwam tot getuigenis om van het licht te getuigen, opdat zij allen door hem geloven zouden.
Hij was niet het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht.
Want het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, wilde in de wereld komen.
Hij was in de wereld en de wereld is door hem geworden, en de wereld kende het niet.
Tot de enkelingen kwam hij en de enkelingen namen het niet op.
Zovelen hem opnamen, hun gaf hij de volmacht kinderen Gods te worden.
Zij vertrouwden in zijn naam.
Zij zijn niet uit de bloedkrachten, niet uit het willen van de menselijke natuur nog uit de wil van een man, maar uit God geboren.
En het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn openbaring aanschouwd, de openbaring als van de Eengeboren, uit de Vader, vervuld van overgave en waarheid.

Zijn wij bewust van het onmetelijke belang van het Johannes Evangelie? Juist dit evangelie wat vaak het minst begrepen wordt. Steiner heeft hier zo vaak op gewezen, o.a. op de hier volgende uitspraak:
“Wanneer iemand het Johannes evangelie neemt en daaruit slechts enkele zinnen leest, dan betekent dat heel veel voor de gehele kosmos. Want als niemand op aarde het Johannes evangelie zou lezen, zou de opdracht van het aardebestaan niet vervuld kunnen worden. Van onze deelname daaraan stralen de spirituele krachten uit, die aan de aarde steeds nieuw leven toevoegen, tegenover datgene wat afsterft.
(…) Onder omstandigheden kan een mens soms uiterlijk heel weinig doen. Maar wanneer hij – niet om persoonlijk te genieten – maar volbewust weet dat zijn gevoelens van belang zijn voor het bestaan van de wereld, dan doet hij daarmee buitengewoon veel”.

( Rudolf Steiner, GA. 145   Innerlijke ontwikkeling door Antroposofie. 24 maart 1913, Den Haag. (Uitg. Vrij geestesleven)

Nog even over over het belang van het lezen van het Johannes Evangelie tijdens het waken bij een gestorvene (de dagen tussen dood en uitvaart). Het lezen is niet bedoelt voor de gestorvene zelf, hij is omstraalt door zijn levenstableau en niet direct aanspreekbaar (dus nog geen spreuken), maar het fysieke lichaam is voor de gestorvene het “ijkpunt”voor het levenstableau. Door te waken en o.a. het Johannes Evangelie, scheppen wij een omhulling voor het lichaam tegen de elementaire wereld (wezens). Pas na ongeveer 3 à 3 ½ dag treedt de werkelijke dood in, door het loslaten van het etherlichaam (levenslichaam) het fysieke lichaam (lijk) wordt overgegeven aan de aarde, pas dan en niet eerder mogen de elementaar wezens er toegang toe hebben. Ook bij de wakende mens kan wel eens een onbestemde angst op treden. Intens met het Johannes evangelie bezig zijn, beschermt ook onszelf hier tegen.
Zeer zeker is ook het gebed Onze Vader van groot belang! Dit even heel in het kort, meer in mijn boek “Stervensbegeleiding een wederzijds proces”.

Tot slot nog een aanwijzing betreffende het Johannes Evangelie:

De christelijke inwijding kan worden verworven, wanneer de christelijke leerling voortdurend mediteert over de zinnen van het evangelie naar Johannes. Wie de eerste zinnen van het evangelie naar Johannes – “In het oerbegin was het Woord..”(vgl. 1:1) tot en met”..vervuld van overgave en waarheid “(vgl. 1:14) – dagelijks op zich laat inwerken, doet een ongelofelijk belangrijke ik kracht op. Die kracht dragen die zinnen in zich. Heel het evangelie naar Johannes moet niet alleen worden gelezen en met het intellect worden begrepen; het moet innerlijk doorleefd en doorvoeld worden. Dan is het zelf een werkzame, ondersteunende kracht bij de inwijding. Dan beleeft men de ”voetwassing” de “geseling” en de andere astrale visioenen geheel in overeenstemming met de wijze waarop zij vanaf het dertiende hoofdstuk in het evangelie van Johannes staan beschreven.(…) Wanneer de mensen alles wat in het evangelie naar Johannes staat beschreven voldoende op zich laten inwerken, is hun astrale lichaam op weg een “Jonkvrouw Sophia”te worden en dan wordt dit ontvankelijk voor de “Heilige Geest”. Het astrale lichaam wordt door de kracht van de impulsen die van het evangelie van Johannes uitgaan langzamerhand ontvankelijk het ware geestelijke aan te voelen en later te onderkennen. In deze zin heeft Christus Jezus de schrijver naar het evangelie van Johannes een opdracht, een missie gegeven.
(…) Verdiep U volledig in het evangelie naar Johannes, kom tot het spirituele inzicht dat daarin ligt, het heeft de kracht U tot de christelijke catharsis te voeren, het heeft de kracht u de “Jonkvrouw Sophia”te geven. Dan zal ook de “Heilige Geest” die nu met de aarde verenigd is u de verlichting…photismos in de christelijke zin van het woord deelachtig doen worden.
(…) Wanneer wij hetgeen wij door de antroposofische geesteswetenschap over het evangelie van Johannes kunnen leren, pogen op te nemen in ons gevoel, in onze beleving, dan zullen wij ervaren dat het evangelie van Johannes niet alleen een leerstuk is, maar een kracht die kan werken in onze ziel.

Rudolf Steiner. Hamburg 31 mei 1908
GA. 120. Die Offenbarung des Karma. Nederl. vertaling: Werkingen van het karma. (uitg. Vrij Geestesleven)

Onze Vader
Het gebed Onze Vader is afkomstig van Christus zelf. Alleen al als we ons een voorstelling daarvan maken, hoe dat ooit ooit door hem klank heeft gekregen, dan werkt dat diep door in onze ziel. Dat kan nimmer nooit verloren gaan of zijn kracht verliezen. Aan ons mensen om dat door te dragen.
Bidden betekent dan uiteindelijk: meescheppen aan datgene, wat de godheid voor de toekomst der mensheid, in zijn verbond met ons, tot stand wil brengen.
Johannes Evangelie 17e hoofdstuk: “Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor de mensen die door het woord in mij geloven.”
Maar de kracht die wij ontvangen, is niet om egoïstische verlangens te bevredigen, maar om onze bijdragen aan de medemens en het wereldgebeuren te schenken.
Steiner: “Men leert een kracht, die in de ziel en door de ziel moet werken, uitsluitend kennen door haar te gebruiken.
(  GA. 58 De kracht van het gebed. Uitg. Christofoor)
Mensengemeenschappen die op een zuiver geestelijke impuls berusten.

In het vorige nummer van Apokalyps-Nu ben ik reeds ingegaan op het belang van Gemeenschappen vormen. Zie bv. het citaat van Serge O Prokofieff uit GA 175 van Steiner.
Nu wil ik proberen hier nog nader op in te gaan. Allereerst een citaat van Steiner
“Vereniging betekent de mogelijkheid, dat zich een hoger wezen door de verenigde leden van een gemeenschap uitdrukt. Dat is een algemeen principe in het leven.Vijf mensen, die harmonisch met elkaar denken en voelen, zijn meer dan 1+1+1+1+1.Ze zijn niet alleen maar de som van de vijf, net zomin als ons lichaam de som van de vijf zintuigen is. Maar het samenleven, het in elkaar leven”van mensen betekent iets soortgelijks als het in elkaar leven”van cellen in het menselijk lichaam”. Een nieuw, hoger wezen is te midden van de vijf – ja zelfs al te midden van twee of drie mensen.
Waar twee of drie in mijn naam verzameld zijn, daar ben ik te midden van hen”.Het is niet de één en de ander en de derde, maar iets heel nieuws, wat door vereniging ontstaat. Maar het ontstaat alleen wanneer de een in de ander leeft, wanneer de enkeling zijn kracht niet alleen aan zichzelf, maar ook aan de ander ontleent.Dat kan echter alleen gebeuren wanneer hij onzelfzuchtig in de ander leeft. Zo zijn menselijke verenigingen de wonderlijke plaatsen waarin hogere geestelijke wezens afdalen – om door de enkele mensen heen te Werken, zoals de ziel zich uitdrukt in de lichaamsdelen. Daarom spreekt degene, die geesteswetenschap beoefent, niet enkel en alleen over abstracte dingen, wanneer hij over de geest van de gemeenschap spreekt Deze geest die in de gemeenschap werkt, kan men niet met de ogen zien, maar hij is er en hij werkt door de broederliefde. Zoals het lichaam een ziel heeft, zo heeft een gilde, een broederschap ook een ziel. Dat is niet alleen beeldend gesproken, maar als Volle werkelijkheid te verstaan. “Tovenaars” zijn de mensen die in een broederschap samenwerken, omdat ze hogere wezens in hun kring aantrekken. Wanneer we ons egoïsme in een broederschap loslaten, betekent dit opgaan in het geheel een versterking van de organen van deze gemeenschap.Wanneer we dan als lid van zo’n gemeenschap handelen of spreken, handelt of spreekt in ons niet de enkeling, maar de geest van de gemeenschap.Dat is het geheim van de vooruitgang van de toekomstige mensheid – om vanuit gemeenschappen te werken.
Rudolf Steiner. “Die Welträtsel und die Antroposophie“Berlijn 23-11-1905
Steiner heeft ons meerdermalen gewezen op het belang dat er geheel nieuwe
gemeenschappen moeten worden gevormd, die op een zuiver geestelijke impuls berusten. Deze kunnen de macht van Ahriman het meest weerstaan. Maar…Ahriman kent deze kracht en zal er alles aan doen de mensen te verleiden en aan zijn invloed te onderwerpen.
(…) Het enige dat zich vanaf het allereerste begin buiten Ahrimans invloed bevindt is de geestelijke en sociale sfeer, die zich  - uitgaande van de geesteswetenschap – geleidelijk in de mensheid  vormen zal  Door de geesteswetenschap wordt nu een andere sfeer geschapen waar het Ahrimanische volstrekt ontbreekt. En juist door het met inzicht opnemen van die geestelijke inhoud, waartoe de Ahrimanische machten geen toegang hebben, krijgt de mens de kracht om in de wereld Ahriman tegemoet te treden.
GA, 26 Kerngedachte van de Anthroposofie´

De grootste moeilijkheid in een gemeenschap is het opspelen van onze ego, onze dubbelganger. Zijn we werkelijk in staat ons weg te cijferen, totaal te staan voor het beoogde
 doel? “Niet ik maar Christus in mij (ons)” Dan kan een hoger geestelijk wezen zich met ons verbinden. Kunnen we dit waarmaken? Dit vergt offers! Geduld! Niets willen bereiken, dat is begeerte. “Niet mijn wil maar Uw wil geschiedde”
Ik zou nu, een naar mijn inzien, belangrijk inzicht van Dieter Brüll onder de aandacht willen brengen. Verwoord in het boek “De sociale impuls van de Antroposofie” (uitverkocht), maar in dit kort bestek wil ik mij hoofdzakelijk richtten op zijn laatste boekje (40 blz.) “Gemeenschap en gemeenzaamheid”. (uitg. Nearchus)
In 1986/87 heb ik de opleiding Sociale Driegeleding mogen volgen. Daar en in de jaren daarna tot aan zijn sterven heb ik intensief contact gehad met Dieter.  Hij schrijft uitvoerig over werkgemeenschappen, maar ik wil mij nu allereerst in hoofdzaak richten op wat hij noemt gemeenzaamheid.
Allereerst een uitspraak van Steiner” uit Dieter zijn boekje
“Het is geheel in overeenstemming met de feiten van het leven, dat de mens een totaal ander wezen wordt zodra hij zich in een groter groepsverband bevindt; anders dan wanneer hij alleen is. Hij wordt met betrekking tot zijn gehele zielenleven anders zo constateert de geschoolde waarnemer, in een gemeenschap en vooral in een actieve gemeenschap. Staat de mens alleen dan volgt hij zijn eigen impulsen, dan zal ook een zwak Ik de motieven voor zijn doen en laten in zichzelf zoeken. In gemeenschappen echter bestaat zo iets als als een massa-ziel;” de neigingen, de begeerten, de oordelen etcetera vloeien ineen”. En voorts: “Als menselijke eigenschappen afzakken tot in de sfeer van het onbewuste, dan gaat er een sterkere werking op andere mensen van uit (…) dan wanneer zij uit de sfeer van het gezonde oordeel komen”.
(GA. 59 Metamorphosen des Seelenlebens)
Dieter Brüll: “Overal, waar mensen elkaar ontmoeten voor gezamenlijke arbeid, ontwaakt de betweter in de mens. In “Sociaal en onsociaal” (“terecht of onterecht”.) Precies zo echter beleeft de ander zijn dubbelganger aan mij en zo kan het geschieden – en het geschiedt heel dikwijls – dat alleen nog maar de dubbelgangers met elkaar spreken.
Nu, dat kunnen we toch wel uit ervaring onderschrijven? Dus daar is “Ken Uzelve” een opgave en waarlijk ons offeren door ons in dienst te stellen van de geestelijke leiding.
Wat bedoelt Dieter Brüll met gemeenzaamheid?
In tegenstelling tot de gemeenschappen staan de metgezellen van de gemeenzaamheid met de ruggen naar elkaar toe. Ieder staat in zijn eigen werkkring. Men behoeft elkaar slechts zelden te ontmoeten. Waar het om gaat is niet de ontmoeting, doch het bewustzijn van de spirituele aanwezigheid van alle anderen bij elke (belangrijke) stap, die men in het leven doet. Zij zijn aanwezig, vermanend of helpend, om de situatie in de zin van de impuls aan te kunnen. (blz.23)Gemeenzaamheid vindt daar haar oorsprong in het basisgegeven dat in onze tijd de mogelijkheid opdroogt, dat de enkeling een verbinding tot de geest – daaronder begrepen die met zijn eigen hoger Ik – op eigen kracht tot stand brengt. Zowel in het positieve – zich openen voor spirituele impulsen – als in het negatieve – bescherming tegen wezens, die de mens vijandig zijn gezind – behoeft hij de steun en de geestelijke hulp van gelijkgezinde mensen. In de gemeenzaamheid zoekt de mens derhalve niet de omhullingen van de ander, waarin hij zich primair aan ons voordoet: fysiek, levens- en zielelichaam. Met die laatsten moet hij in gemeenschappen omgaan, daarmee moet hij daar samenwerken. Hier in de gemeenzaamheid gaat het om het geestwezen van de ander, dat hem begeleidt waar hij ook moge zijn, zolang hij zijn bewustzijn voor hem opent. Daarom is de gemeenzaamheid de structuur, waarin de sociale impuls zijn karakteristieke uitdrukking vindt.  (…) Terwijl de gemeenschap de normale structuur zowel voor het economisch als voor het geestesleven is, mogen wij in de gemeenzaamheid de bron van het sociale zien, dat wil zeggen van dat gebied, waarin het niet om het product en ook niet om het inzicht, doch om de ander gaat. Daarmee zijn we bij de essentie van de gemeenzaamheid aangekomenMen staat, als het ware met de ruggen naar elkaar toe..  De geestschaal vormt zich achter de ruggen en de kring vormt tevens een rugdekking voor ieder op zijn eigen plaats in de samenleving. Hij kan daar staan omdat hij weet door de kring gedekt te zijn. En omdat men elkaar niet in het gelaat kijkt, bestaat het probleem van de gemeenschap niet, de strijdt met de dubbelganger.(blz. 24/25)
Het zou wel eens kunnen zijn dat hier een belangrijke opdracht ligt hoe we in gemeenschap zowel in gemeenzaamheid ons sterk kunnen maken! Ons bewust zijn van onze verantwoordelijkheid! Wij zijn nu nog op aarde, maar straks in de geestelijke wereld als we gestorven zijn. Alleen waar we op aarde oog voor hadden, ons eigen hebben gemaakt, herkennen we in de geestelijke wereld. Belangrijk ons “geen zand in de ogen laten strooien”, maar als we sterven weten we wat er werkelijk op aarde plaats vindt. Misschien kunnen we dan tot over de dood heen een bijdrage geven. Laten we dan beginnen om ons bewust te zijn van de gestorvenen die mee willen werken als wij er voor open staan!
Is daar wellicht de gemeenzaamheid met de gestorvenen een “wegwijzer`?
In deze bijdrage kan ik niet uitgebreid ingaan wat Dieter Brùll precies bedoelt met gemeenzaamheid. Het is de moeite waard om kennis te nemen van de eerder genoemde boeken.



terug naar inhoudsopgave