dinsdag 24 september 2013

Michaël “Hij die voor het aangezicht van God staat”



Michaël “Hij die voor het aangezicht van God staat”

Michaël zend de wereldgedachten van de Goden omlaag in de aardse gedachten van de mensen.

Renée Zeylmans  (www..reneezeylmans.nl

29 september: Michaël
Dagenlang zit ik nu al met pen en papier voor mij, maar krijg geen woord geschreven. Waar moet ik beginnen, hoe moet ik eindigen,  om de grootsheid van Michaël onder woorden te brengen? Trouwens het is en blijft een worsteling om de juiste woorden te vinden om de grootsheid, het bijna niet te verwoorden op schrift te stellen, zo ervaar ik dat keer op keer. Je onmacht te doorbreken en het dan ook nog te publiceren!
Het accent kan dan wel liggen op de herfst-Michaëlstijd, maar Michaël is er te allen tijde. Michaël is tegenwoordig de geestelijke leider over het gehele tijdperk.

Welke betekenis heeft het en welke invloed heeft het op ons dat de natuur uit zijn ritme is? Ik zal zeker niet de enige zijn die het zo koud had in het voorjaar en meeleefde met de natuur. Hebben we het voorjaar kunnen beleven? Wordt er een beroep op ons gedaan om, ondanks alle tegenstand, sterk te staan? Maar wel in het bewustzijn van de altijd aanwezige hulp van de geestelijke wereld!

De tijd voor 21 juni St.Jan ademen we nog uit, en daarna beginnen we weer in te ademen.

 Het is nu begin Juli dat ik een poging doe te schrijven, maar niet met het gevoel dat ik voluit heb kunnen uitademen in de achterliggende voorjaarstijd, kon dan ook niet de nodige inspiratie krijgen.
Nu is het begin augustus, een hittegolf overspoelt ons.
Wat zegt ons dit? Wat staat ons te wachten? Moeten we wakker zijn? Ons niet verliezen in het uitademen, maar letterlijk en figuurlijk binnen blijven!
Daarover ben ik aan het mijmeren. Kom een uitspraak van Steiner tegen over het natuurbewustzijn en Michaël, die ons de wegen wijst uit de zomer-naar de herfsttijd.

(…)”Wij maken ons een juiste voorstelling van Michaël, geheel volgens de werkelijkheid, als wij ons zijn gelaat voorstellen als geweven uit het gouden licht van de zomer, met die vaste blik die op een wijzende vinger lijkt, die als het ware naar buiten leidt, alsof hij van binnen uit een lichtstraal de wereld in zendt. Wij hebben de juiste voorstelling van Michaël, als wij om zijn rechterarm vlammen van vonken schietend meteoorijzer zien, dat samensmelt tot het zwaard waarmee hij de mensheid de wegen wijst van de dierlijke naar de hogere aard van de mens, de wegen wijst uit de zomertijd waarin de mens het sterkste meeleeft met de uiterlijke natuur, waarin  de mens het meest tot een bewustzijn van de natuur komt, naar die andere tijd, de tijd van de herfst, waarmee de mens alleen kan meeleven als hij met de natuur meeleeft, met de afstervende natuur, die zichzelf doodt.
Maar het zou afgrijselijk zijn, als de mens bij het naderen van de herfst alleen kon beleven dat die natuur zichzelf doodt, zichzelf verlamt. Beleven wij de lente en zijn wij werkelijk volledig mens, dan geven wij ons over aan de ontspruitende, ontkiemende, aan de groeiende en goed gedijende natuur. Zijn wij zo’n volledig mens, dan bloeien wij met elke bloem, dan lopen wij uit met elk blad, dan rijpen wij zelf met elk zaad. Dan geven wij ons geheel over aan de zich oprichtende, ontspruitende, ontkiemende natuur”.

(..) “In de herfst kunnen we dit bewustzijn voor de natuur níet ontwikkelen,  want als wij het eenzijdig ontwikkelen moeten wij het zichzelf dodende, het verlammende leven meebeleven. Daarin mag de mens niet meegaan, daartegenover moet hij  zichzelf sterk maken. Zoals hij de levende natuur met zijn eigen leven moet meebeleven, moet hij zijn Zelf plaatsen tegenover de afstervende natuur, tegenover de dood. Natuurbewustzijn moet overgaan in zelfbewustzijn.
Dat is het grote, geweldige beeld van de naderende herfst, dat wij in dat wat in de kosmos gebeurt de waarschuwing zien: in de mens moet natuurbewustzijn plaats maken voor zelfbewustzijn”!

Rudolf Steiner  Stuttgart 15 Oktober 1923
GA. 229.  Die Michaél-imagination Geistige Meilenzeiger im Jahreslauf (Nederl. vert. Het feest van Michaël  (Uitg. Vrij Geestesleven)

Ook nog even Goethe aan het woord:

“In- en uitademen om innerlijk levend te blijven.
Het ademhalen brengt tweeërlei genade aan: het opnemen der lucht en haar weer laten gaan. Het een veroorzaakt spanning, het andere verlicht.
Dank daarom God, dat hij u prangt, en dank hem wederom, als Hij u ontspant”.

Michaëlfeeest. “Als het op een waardige manier gehouden wordt, dan zal het grote impulsen in de mensheid laten invloeien”.
Herbert Hahn: “Met verheven stem zei Steiner dat men bij deze feesten een beeld voor zich zou moeten hebben van “Michaël met leiders ogen, met een wijzende hand, met een geestelijke bewapening”.
Dat was een ogenblik zo indrukwekkend dat het voor ons bepalend was voor het verdere leven”.

“Michaël zend de wereldgedachten van de Goden omlaag in de aardse gedachten van de mensen”
Daar kun je lang over mediteren, wat deze betekenis ons te zeggen heeft. Wat wordt er van ons gevraagd? Staan we hier open voor? Hoe kunnen we een Michaël-diener zijn?
Hier zijn geen kant en klare antwoorden voor, ieder voor zich moet hier bewustzijn toe vinden. Ik denk wel dat Michaël iets aan ons heeft als we “wakker”zijn om het wereldgebeuren te doorgronden, achter de “schermen”zien. Waakzaamheid en bewustzijn bij de mens is voor Ahriman zéér onaangenaam want hij kan slechts invloed hebben op mensen die dit wakkere bewustzijn niet hebben.
Michaël wenkt, volg mij in vrijheid!

Wat hebben we ons voorgeboortelijk voorgenomen? Wat hebben we geweten? Hoe komt het dat we de antroposofie mochten ontmoeten?
Ik wil proberen nader in te gaan op de bovenzinnelijke Michaëlschool, die menigeen van ons gevolgd hebben.
Kunnen we ons dat herinneren? Beter gezegd bewustzijn toe krijgen? Kunnen we ons dan aaneensluiten als Michaël dieners-strijders! Elkaar niet bestrijden over, een aards fysiek verschil van mening, die niets bijdrage tot de verantwoordelijke taak die wij hebben, maar ons in tegendeel laten beïnvloeden door Ahriman, die in feite tot deze tweedracht aanzet. De Ahrimanische machten zijn overal werkzaam waar disharmonieën tussen groepen mensen optreden.
Er kan egoïsme, eigendunk optreden, als men zich verdiept in de wijsheid, die uitstijgt boven ons beperkte fysiek verworven kennis van het bovenzinnelijke ( de geesteswetenschap).
Er is altijd een keerzijde van de medaille die we vaak niet herkennen.
Ik ervaar dat als het lot ons treft in leed een eenzaamheid, wij ons bewust worden van de zin van ons bestaan. We gaan vaak dan beseffen wat wij wel/niet meenemen over de drempel nà de dood.

Ik wil mij nu richten op drie onderwerpen: De Michaëlschool, De boekdrukkunst, Wederzijdse samenwerking met de geestelijke wereld

De Michaëlschool

Steiner beschrijft dat aan de bovenzinnelijke Michaëlschool een buitengewoon groot aantal zeer verschillende vertegenwoordigers van de meest uiteenlopende stromingen deelnamen.
Behalve de platonici uit de school van Chartres, de Dominicaanse Aristotelici de twee groepen zielen die naar antroposofie streefden, namen ook de vertegenwoordigers van de Arthur-en graalstroming deel, evenals vertegenwoordigers van het ware Rozenkruiserdom.

Nu een lang citaat van Rudolf Steiner
Michael staande in de harten van de mensen, onder zijn voeten wat eens ahrimanisch schrijverschap zal zijn…

“Door de mensenzielen die voorbestemd waren om Antroposoof  te worden, werd in de bovenzinnelijke wereld iets beleefd, dat vroeger nimmer door mensenzielen in de bovenaardse regionen tussen dood en nieuwe geboorte beleefd werd. Vroeger beleefden de mensenzielen hoe in de tijd tussen dood en nieuwe geboorte samen met leidende geestelijke wezens het karma voor het komende bestaan op aarde werd uitgewerkt. Maar zoals nu het karma werd uitgewerkt van degenen die door de genoemde factoren waren voorbestemd om Antroposoof te worden, zo werd vroeger geen enkel karma uitgewerkt. Nimmer werd er vroeger tussen dood en nieuwe geboorte in het zonnegebied zo gewerkt als thans onder de heerschappij van Michael gewerkt kon worden, nu deze vrij was van aardse aangelegenheden.
Er speelde zich daar toen iets af, wat voor de bovenzinnelijke gebieden  toentertijd werkelijk een gebeurtenis was; iets wat tegenwoordig diep in de harten van de meeste Antroposofen, zij het onbewust, slapend, dromend rust. Een Antroposoof doet er juist aan, indien hij naar zijn hart wijzend zegt; daar binnen leeft mogelijk een voor mij onbewust geheim, dat een afspiegeling is van de daden van Michael uit de 16e, 17e, 18e eeuw in bovenaardse gebieden, waar ik voorafgaand aan mijn huidige afdaling naar de aarde onder Michael gewerkt heb, die daar iets bijzonders tot stand kon brengen, omdat hij als het ware vrij was geworden van zijn reguliere opgaven. – Michael verzamelde zijn scharen om zich heen, verzamelde allen die als bovenzinnelijke wezens bij hem hoorden uit de regionen van de Angeloi, Archangeloi; hij verzamelde ook de mensenzielen, die op een of andere manier een verbinding met hem hadden gekregen. Er ontstond zoiets als een groots uitgebreide bovenzinnelijke school. Zoals er aan het begin van de 13e eeuw als het ware een concilie had plaats gevonden met hen die als Platonici en Aristotelici konden samenwerken, zo verwerkelijkte zich thans onder directe leiding van Michael een bovenzinnelijke school van de 15e tot in de 18e eeuw, waartoe de wereldorde, Michael zelf als grote leraar had aangewezen, Een scholing waarvan deze mensenzielen het resultaat thans in hun zielen dragen, onbewust. Het resultaat van deze scholing komt alleen daardoor aan het licht, dat deze mensenzielen een drang naar Antroposofie ervaren. Deze drang naar Antroposofie is het resultaat van die scholing

(…) Wat Michaell onderwees in de grote omvangrijke hemelse school, was iets onvoorstelbaars – iets dat de Ahrimanische demonen op aarde, met name in de 15e, 16e 17de tot in de 18de eeuw tot op het merg verontrustte; het veroorzaakte een verschrikkelijke opwinding bij hen, zodat zich iets opmerkelijks afspeelde; er speelde zich iets af wat een polaire tegenstelling tussen hemelse en aardse daden in die tijd tot gevolg had. – Daar boven in de geestelijke wereld een verheven school, die op een nieuwe wijze in de bovenzinnelijke wereld (de oude wijsheid samenvat). Een school die bij de in eerste instantie daartoe voorbestemde mensenzielen tussen dood en nieuwe geboorte in het intelligente bewustzijn, in de bewustzijnsziel opriep, wat voorheen, in vroegere tijden in de verstands- of gemoedsziel, in de gewaarwordingsziel, enzovoort, wijsheidsgoed van de mensen was geweest. Michael zet
de wereldsamenhangen voor de zijnen uiteen. Deze zielen ontvingen een lering die de wereldgeheimen onthulde; beneden op aarde werkten de ahrimanische geesten.
Het is een goddelijk geheim, dat de Antroposofen niettemin moeten kennen om, zoals ik heb aangeduid, de beschaving van de 20ste eeuw te leiden.
Terwijl Michael daarboven zijn scharen onderwees, werd er een soort onderaardse ahrimanische school opgericht, die direct onder het oppervlak van de aarde lag..Wij kunnen daarom zeggen, dat in het bovenaardse de Michael-school is; in het gebied waar wij onmiddellijk boven op staan – want ook in het onderaardse zijn geestelijke krachten werkzaam en aktief – werd de ahrimanische tegenschool opgericht. Nu er juist in die tijd van Michael geen impulsen omlaag stroomden om de intelligentie vanuit de hemel te inspireren en de intelligentie op aarde aan zichzelf werd overgelaten, beijverden de ahrimanische scharen zich des te meer om van onder op impulsen in de intelligente mensheidsontwikkeling binnen ter stralen. -  Het is een groots beeld dat ons voor ogen kan treden. Wij moeten ons het aardoppervlak voorstellen, daarboven Michael die zijn scharen onderricht, hen in grootse, geweldige wereldwoorden onthult wat ooit de oude inwijdingswijsheid was. Daar tegenover de ahrimanische school in de ondergronden van de aarde. Op de aarde zelf ontwikkelt zich de uit de hemel omlaag gevallen intelligentie. Michael, die vooreerst ten opzichte van het aardse in hemelse eenzaamheid zijn school voert – er voeren geen stromen van boven naar beneden…de ahrimanische machten die des te krachtiger hun impulsen omhoog zenden!
Er zijn steeds op aarde zielen belichaamd geweest die in de betreffende eeuwen het onverkwikkelijke van deze situatie aangevoeld hebben. Want wie de Michaelwijsheid moet verkondigen, voelt als het ware dat hij in de juiste positie verkeert, als hij worstelt om een uitdrukkingsvorm, een formulering te vinden voor de wijsheid. Hij voelt zich zelfs nog in de juiste positie, indien hij deze Michaelwijsheid, uitstromend door zijn handen, neerschrijft. Want dan stroomt wat van geestelijke zijde met de mens is verbonden, als het ware binnen in de vorm van het geschreven woord, in dat wat hij doet. Echter, hoewel het verdragen moet worden, hoewel het bij onze tijd hoort, is het een onverkwikkelijk  gevoel om de Michaelwijsheid, die men nog wel graag opschrijft en de mensen om te lezen dan ook aan kan reiken, om te zien hoe deze wijsheid op mechanische wijze vermenigvuldigd wordt in het gedrukte woord. Dit onverkwikkelijke gevoel met betrekking tot het gedrukte woord treedt zondermeer op bij iemand die met alles wat hij te verkondigen heeft in het geestesleven staat”.

Rudolf Steiner gaf deze voordracht op 20 juli 1924. Het laatste jaar dat hij hier nog toe in staat was. (GA.240 Arnhem 20 juli 1924 (Karma 7. uitg. Christofoor)

Ahriman zal zich manifesteren als de Christus

 Reeds op 1 november 1919 (GA. 191) deelde Steiner mede dat er in het Westen een werkelijke incarnatie zal zijn van Ahriman, voor dat er ook maar een deel van het derde millennium zal zijn verlopen. Ahriman grijpt als weldoener in, op een ogenblik, dat de aarde in grote nood verkeert.
Steiner vervolgt “Ahriman bootst de heilsdaad van Christus na ! Het wordt voor hem pas mogelijk om te incarneren, als er een fysiek menselijk individu aanwezig is, die voor hem geschikt is. De incarnatie in menselijke gestalte wordt nu al (1919) voorbereid in de geestelijke wereld, zodanig, dat zij de mensen in hoogste mate verleiden en in verzoeking brengen”.

Op 4 november 1919 te Bern, (GA. 193) spreekt Steiner er over dat Ahriman óók de tekenen na bootst, die de komst van Christus hebben aangekondigd. Ahriman en Lucifer zullen zich Christus noemen. Iedereen van de tegenmacht zal zich Christen noemen. Er zal grote verwarring en verwoesting heersen. Steiner vervolgt: Door de verduistering van het spirituele op velerlei gebied, moeten wij nu de weg openen, om het spirituele innerlijk op te wekken.
Innerlijke wijsheid en het weten dat Christus in ons leeft, als wij hem zoeken,
(Matth. 28)” want hij is bij ons, al de dagen tot aan de voleinding der wereld”

Vaak hoor ik onder antroposofen zeggen, dat duurt nog wel een poos, dat maken wij waarschijnlijk niet meer mee ! Gaat het niet in de eerste plaats erom dat wij een oog hebben op de weg die al langere tijd door Ahriman en zijn verwanten wordt voorbereid ! Daar moeten we alert op zijn en het niet voor ons uit schuiven. Trouwens Steiner heeft belangrijke aanwijzingen gegeven over het tijdstip. Hans Peter van Manen duidt verschillende data aan, zoals door Rudolf Steiner aangeduid.
Natuurlijk kon hij dit niet nauwkeurig weergeven, want dan zou er geen vrijheid van onze wil zijn als van te voren al geweten was hoe de mensheid zich zou ontwikkelen.
Maar als we alles goed in ogenschouw nemen, hoe snel alles verloopt sinds 1998, waar wederom 3 x 666 jaar verstreken is, dan moeten we op onze hoede zijn. De mysterie school die Ahriman zal stichten, doet dat ons denken aan Harrie Potter? Wie schreef deze boeken werkelijk? Zijn de jonge kinderen nu voorbereid op de mysterieschool van Ahriman?

(Aanbevolen het boekje van Hans Peter van Manen “Wanneer verwachtte Rudolf Steiner de incarnatie van Ahriman?” ISBN: 978.90.76921.20.4. Uitg. Perun boeken 4.80 (euro) en zeker ook komst en wederkomst ISBN: 90.6338.680.6 uitg. Christofoor)

Steiner heeft in oktober 1918 (GA.184) en in september 1924 (GA.346) gesproken over de betekenis van het apocalyptische getal 666 als zich herhalend jaartal over uiterst gevaarlijk demonische, ahrimanische wezens van hoge orde, dat zijn werking daarmee verbindt. In de voordrachten van eind 1918 (GA.184), gehouden toen de eertste wereldoorlog ten einde liep, identificeerde hij Sorat als een uiterst gevaarlijk, demonisch ahrimanisch wezen van hoge orde, “de zonnedemon”of “het zonnedemonium”, een wezen dat zijn attaques rechtstreeks op de zonnegeest Christus richt.
Een hoofdrichting in de invloed van Sorat door de tijden heen is het tot stand brengen van een sterke koppeling tussen ziel en lichaam van de mens, zodat de geest buiten spel komt te staan. Als deze invloed doorzet, leidt dat tot een steeds sterkere identificatie van de mens met het dier. De invloed van Christus daarentegen “bewerkt een sterkere samengroeien van de ziel en geest”.
Telkens als vanaf het begin van de jaartelling 666 jaar voorbij zijn gegaan, ontplooit Sorat een bijzondere invloed, waagt dit speciale ahrimanische wezen een diepe ingreep in het aardse culturele gebeuren. Als deze termijn drie keer verstreken is, dus nu, in 1998, zal het zichzelf “openbaren”.

Boekdrukkunst

In dezelfde voordracht van 20 juli 1924 (zoals hiervoor is weergegeven) gaat Steiner ook nog in op de boekdrukkunst.
Laten we hier zéér alert op zijn, zeker ook binnen de Antroposofie. Het kan ons allemaal raken, niemand is gevrijwaard, ik ben mij daar ook zeer van bewust! Laat ons ego niet spreken en er ons van bewust zijn dat het niet om ons persoontje gaat, die denkt het beter te weten. En als het ons beschoren is een “openbaring” te mogen verkrijgen, dan is het m.i. nog ten zeerste de vraag of wij hier mee naar buiten mogen treden. Wie is de inspirator?
Trouwens als het waarachtig is, dan zijn er geen woorden voor te vinden, misschien van mond tot oor, aan een zielsverwant persoon?

“Uit de boekdrukkunst kunnen de demonische machten tevoorschijn spruiten, die nu juist de geschiktheid hebben om de heerschappij van Michael te bestrijden.
Wat werkelijkheid is in het leven moet in zijn ware betekenis doorzien worden, als men Antroposoof is. In de boekdrukkunst dienen wij een geestelijke macht te zien, maar dan wel de geestelijke macht die door Ahriman tegenover Michael geplaatst wordt. Vandaar de aanhoudende maning van Michael aan degenen die hij in zijn school onderrichtte…de aanhoudende maning: “Wanneer jullie opnieuw op aarde komen, om te doen waarvoor hier de aanzet gegeven wordt, verzamel de mensen dan om je heen en verkondig het belangrijkste van mond tot oor – beschouw het niet als het belangrijkste dat enkel door het gedrukte woord een ‘literaire’werkzaamheid in de wereld wordt uitgeoefend’. Daarom ligt de intiemere wijze om van mens tot mens te werken, meer in de lijn van Michaels werkzaamheid. Als wij ons, in plaats van enkel door met boeken te werken, verenigen en de belangrijkste impulsen op een  menselijk-persoonlijke manier opnemen en het andere enkel als een soort ‘geheugensteun’ gebruiken, om toch ook met de Ahrimanische tijdgeest rekening te houden – omdat het zo moet zijn, want anders zou Ahriman ook weer een ongekende heerschappij verwerven, als wij zijn kunst niet zouden bemachtigen. Gaan wij er zo mee om, dat wij het gedrukte woord niet alleen maar uitpersen, maar het in een juiste verhouding brengen tot het op een direct menselijke manier werkt, dan inauguren wij wat als iets onaantastbaars vooreerst als Michaelstroming door de antroposofische vereniging zou moeten stromen.
Het zou niet juist zijn, om op grond van dingen zoals ik zoëven heb uitgesproken, nu stellen: ‘Laten we alle antroposofische boeken dan weg doen!”Daardoor zouden wij de boekdrukkunst juist aan de krachtigste vijanden van Michaelwijsheid uitleveren en wij zouden daardoor de voortzetting van onze antroposofische werkzaamheid, onmogelijk maken. Door een heilige gezindheid ten opzichte van alles wat er in de Michaelwijsheid leeft, moeten wij de boekdrukkunst veredelen! Want wat wil Ahriman door de boekdrukkunst te opzichte van Michael bereiken? Hij wil – en wij kunnen het tegenwoordig overal te voorschijn zien schieten – de intelligentie veroveren, een verovering van de intelligentie die zich vooral wil manifesteren overal waar de omstandigheden daar gunstig voor zijn.
Het werkzame element ligt hierin besloten, dat deze ahrimanische geesten op momenten dat het bewustzijn van de mensen afgedempt is, deze mensen in zekere zin van zich ‘bezeten’doen zijn; zij grijpen in het bewustzijn van de mens in.

(…) Er worden eerste pogingen ondernomen, die van uit het bereik van Michael kunnen worden aangeduid als: Ahriman treedt als schrijver op.
Niet alleen zijn er mensen die door hem bezeten worden, maar Ahriman is zelf als schrijver opgetreden, terwijl hij door mensenzielen op aarde van zich liet horen. Dat hij een geniale schrijver is, hoeft niet te verbazen: want Ahriman is een grootse, een omvangrijke, een geweldige geest. Hij is echter die geest, die niet geneigd is tot een verdere ontwikkeling van de mensheid op aarde in de zin van de goede goden, maar tot het bestrijden daarvan.

(…) om in de antroposofische vereniging met aandacht met deze inzichten te leven en degenen, die in de volgende incarnaties zullen volgen in deze inzichten te onderrichten…tot het einde van de 20e eeuw. Dan zullen velen van hun die deze dingen nu voor het eerst meemaken, opnieuw op aarde afdalen en dat zal dus snel zijn. Intussen zal er op aarde echter veel verschijnen, talrijke werken die door Ahriman geschreven zullen zijn. Eén opgave van de Antroposofen zal zijn om trouw de Michaelwijsheid te hoeden en met een welgemoed hart voor de Michaelwijsheid in te staan,om daarin een eerste doordringen te beleven van de aardse intelligentie met het geestelijk zwaard van Michael; opdat dit geestelijk Michaelzwaard gehanteerd zal worden door de harten waarin Michaelwijsheid is binnen gestroomd…zodat het Michaelbeeld, als een imaginatie die de Antroposoof als individu begeestigt, in een nieuwe gedaante zal verschijnen: Michael in het hart van de mens, onder zijn voeten het ahrimanische schrijverschap

.(…) waakzaamheid ten opzichte van de schitterende, verblindende arbeid van Ahriman als schrijver, wat door de hele 20e eeuw werkzaam is. Ahriman zal op ieder gebied schrijven!
Dat is de situatie die de mensheid aan het einde van de 20e eeuw tegemoet gaat. Zij die nu nog jong zijn, zullen veel van Ahrimans schrijverschap te zien krijgen”.

Rudolf Steiner,  Arnhem, 20 Juli 1924
GA.240. Esoterische Betrachtungen karmischer Zusamenmenhänge. Vert. Karma 7. Uitg.

“Antroposofen mogen niet terugschrikken voor zulke inzichten”.

Het zal ons zeker niet vreemd zijn dat de digitale revolutie nu ook een zeer grote rol speelt, naast het geschreven woord!

Wederzijdse samenwerking met de geestelijke wereld
In het kader van dit artikel beperk ik mij tot enkele treffende zéér belangrijke uitspraken van Steiner.

In de door mij geschreven boeken heb ik ook steeds benadrukt, dat we bewustzijn moeten krijgen dat de gestorvenen om ons heen zijn in het hier en nu. Ze willen gehoord worden, zodat het mogelijk is hun bijdagen, in samenwerking met ons te geven, in deze apocalyptische tijd waarin we leven, waar Ahriman zijn komst voorbereidt.

“In de bovenzinnelijke wereld worden op de meeste intensieve wijze de Michaël-impulsen voorbereid, die juist in ons tijdperk als het ware van de hemel naar de aarde zijn gebracht…Met ons bewustzijn van de huidige tijd moeten we aansluiten bij wat zich in de laatste eeuwen in de bovenzinnelijke wereld heeft afgespeeld.

(…) In alles wat zich op geestelijk gebied afspeelt, zijn immers niet alleen de zielen werkzaam die vandaag de dag op aarde zijn geïncarneerd, maar ook andere zielen die zich nu tussen de dood en nieuwe geboorte bevinden en de stralen van hun werkzaamheid naar de aarde zenden. In onze eigen daden liggen de impulsen van zulke zielen. Het werkt immers allemaal samen, net zoals de aardse daden zich op hun beurt tot in het hemelse gebied uitstrekken en daar verder werkzaam zijn”.

Rudolf Steiner 12 september 1924 GA 238
Citaat en vertaling uit: “Rudolf Steiner en de grondvesting van de nieuwe mysteriën” door Sergej O.Prokofieff  (Uitg. Perun Boeken)

Michaëlisch denken is dat men zich bewust wordt dat wij tussen onzichtbare mensen leven. Alleen ons stoffelijk lichaam is zichtbaar. We vertoeven evenzeer in geestelijke werelden, als dat we hier op aarde door de materiële lucht lopen. Alles wat zintuigelijk waarneembaar is, is tegelijkertijd  van het bovenzinnelijke doordrongen, en alles wat bovenzinnelijk is, openbaart zich ooit ergens in het zintuigelijk waarneembare.
 Dit besef is van levensbelang, de hemel is hier, om ons heen, onder en boven ons, we zijn er door omgeven.
Samenwerking met de Goddelijke wezens en de gestorvenen is alleen dan mogelijk als we ons daar van bewust zijn. Dat is van onnoemelijk belang. Dat vraagt Michaël van ons. Waardoor worden we geïnspireerd om het wereld gebeuren te doorzien?  Door open te staan voor Michaël en de geestelijke wereld. Maar…dan moeten wij de tekenen, de taal verstaan en beseffen en onderkennen, waar onze inspiratie van afkomstig is!
Steiner heeft dit tijdens zijn leven op aarde en nu in de bovenzinnelijke , met eindeloos geduld en liefde duidelijk gemaakt, onderricht gegeven.

Steiner: “We zijn in een periode van de mensheidsontwikkeling aangeland, waarin de Goden helpen, zodra de mensheid hen tegemoet komen, maar volgens hun wetten zijn de Goden er op aangewezen om met vrije mensen te werken en niet met marionetten”.

Steiner maakt ons ook duidelijk, dat de Goden ook onze informatie nodig hebben!

Ita Wegman schrijft in haar boek “Michaël” (uitg.Pentagon)

“De geestelijke wereld wacht met groot verlangen op de mensheid die haar tegemoet komt; ze wacht er met groot verlangen op dat de individuele mens, zich als een licht-ziel voelend, met zijn “licht-armen”de geestelijke wereld omvat en zich aan haar overgeeft.
Ook de elementaire geesten wachten op hun verlossing en opwekking door de mens. Ze voelen het gevaar dat ze, wanneer de hulp van de mensen niet komt, in het rijk van de draak, van Ahriman terechtkomen. Er heerst onrust bij hen. Overal heerst beweging boven en rondom de mensen.
Rudolf Steiner, de mensheidleider en leraar op aarde heeft ons wijsheidsgoed geschonken.
Hij sprak alles uit wat mensen in hun ontwikkeling verder kan brengen, wat de plichten van mensen zijn.  Hij sprak uit hoe de elementaire geesten te helpen zijn, hoe zij van hun kant weer behulpzaam kunnen zijn. Hij sprak hoe de geestelijke wezens zich op aarde manifesteren, hoe ze in de mens aktief zijn, hoe ze hopen door de mens begrepen te worden.
Michaël is te bereiken doordat men zich aktief in het geestelijke plaatst.

“In het eerdere tijdperk van Michaël, dat ongeveer vanaf 601 tot 247 vóór Christus duurde, vonden Michaël-stromingen plaats die van het Oosten naar het Westen trokken,  en zich van het Westen voortzetten naar Oost- en Noord Europa.
In het huidige Michaël-tijdperk bevindt zich een geestelijk centrum in Midden-Europa met de impuls van Michaël tot kosmische, radiaalvormige uitbreiding. De hoofdrichting die Michaël inslaat, in hoofdzaak ook in de toekomst, is het noord-oosten.
Tegenwoordig vinden vele zielen uit eerdere Michaël-stromingen in het huidige Michaël-tijdperk elkaar weer terug, die de antroposofie vinden en zich bewust willen worden van de aktiviteit van Michaël in de antroposofie.

Ita Wegman schrijft over een mededeling die Steiner haar enige tijd na de kerstconferentie van 1923 had gedaan Dat heeft haar zéér aangegrepen, ze acht nu (1925) de tijd rijp om hier over te spreken.

Op zekere dag vertelde Rudolf Steiner mij hoe anti-Michaël-demonen niets ontziend aan het werk gaan om de werkzaamheid van Michaël niet te laten opkomen en die te vernietigen. Zij verbergen zulke doeleinden en alleen de mens kan deze demonen hun geheim ontfutselen. De mens alleen is het die weet kan hebben van de geheimen van de demonen. De goden wachten op deze geheimen die de mensen hen tegemoet brengen; en het zijn slechts de goden die op hun beurt deze geheimen van de demonen voor de mensen kunnen ontraadselen. Door een dergelijk offeren aan de goden, van- aan demonen ontworstelende geheimen door de mensen, wordt het duistere handelen van deze demonen afgewend, zodat daar waar duisternis heerste, het geestelijk licht weer kan stralen.
Deze anti-Michaël-demonen, waartoe ook Klingsor met zijn schare behoort, waren flink aan het werk en uitten honende bedreigingen dat ze zich zouden doen gelden als de impuls van Michaël, die zo machtig waren begonnen, niet tot doorbraak konden komen.

Ik stelde de angstige vraag”Wat zal er gebeuren als dit niet lukt”?En het antwoord luidde: “Dan zal het karma regeren”.


Hierbij sluit goed aan, om ons moed te geven, de uitspraak van Steiner in een voordracht op de avond vóór Michaëlsdag 28 september 1923 (GA. 223

 “De leerling moet leren niet door een mislukking ontmoedigd te raken. Hij moet de gedachte kunnen hebben: “Ik wil vergeten dat het me nu weer niet is gelukt, en het opnieuw proberen alsof er niets gebeurd is”.
Zo verovert hij zich de overtuiging, dat de krachtbronnen in de wereld waar hij uit kan putten, nooit opdrogen. Hij streeft steeds weer naar het geestelijke, dat hem zal verheffen en dragen, hoe vaak zijn aardse kant ook krachteloos en zwak mag zijn geweest. Hij moet in staat zijn de toekomst tegemoet te leven en zich in dit streven door geen enkele ervaring uit het verleden te laten storen. Want de in een fysiek lichaam geïncarneerde mens kan er nooit absoluut zeker van zijn, dat elke geestelijke impuls die door hem innerlijk wordt opgepakt ogenblikkelijk in zijn geheel adequaat fysiek kan worden gerealiseerd. Daarom verwacht de geestelijke wereld niet van de mens, dat hij een dergelijke impuls snel en volledig verwerkelijkt, maar dat hij voortdurend naar verwezenlijking van deze impuls streeft en hieraan onwankelbaar trouw blijft.

Steiner vervolgt, en legt de nadruk op de innerlijke houding als de enige die met Michaëls wil overeenkomt.

“Zover opstijgen, dat men door de gedachten over het geestelijke net zo kan worden gegrepen als door iets fysieks in de wereld, dat is Michaëlskracht ! Vertrouwen hebben in de gedachten over het geestelijke (wanneer men tenminste aanleg heeft om deze te kunnen opnemen), zodat men weet: je hebt deze of gene impuls uit de geestelijke wereld. Je geeft je aan deze impuls over, je maakt jezelf tot werktuig voor de verwerkelijking daarvan. Een eerste mislukking – maakt niet uit ! Een tweede mislukking – maakt niet uit ! En al mislukt het honderd maal – het maakt niet uit ! Want geen enkele mislukking is ooit doorslaggevend voor de waarheid van een geestelijke impuls, waarvan de werking innerlijk doorzien en opgepakt is. Want men heeft pas vertrouwen, het juiste vertrouwen in een geestelijke impuls die men op een bepaald tijdstip oppakt, wanneer men tot zichzelf zegt: honderd keer is het me niet gelukt, maar dat kan voor mij hoogstens een bewijs zijn, dat mij in deze incarnatie de voorwaarden niet gegeven zijn om deze impuls te realiseren. Maar dat deze impuls juist is, maakt deze impuls mij door zijn eigen aard duidelijk. En al zou ik pas na de honderste incarnatie de kracht hebben om deze impuls te realiseren, - niets anders dan de aard van de impuls zelf kan me overtuigen, of een geestelijke impuls al dan niet uitvoerbaar is.
Wanneer u zich voorstelt hoe in het gemoed van de mens dit grote vertrouwen in iets geestelijks is ontwikkeld, wanneer u zich indenkt dat de mens rotsvast kan vertrouwen op iets, waarvan hij heeft ingezien, dat het iets is wat geestelijk zegeviert, hierop zo kan vertrouwen, dat hij het niet laat vallen, ook al is de buitenwereld nog zo krachtig van het tegendeel overtuigd, wanneer u zich dit voorstelt, dan heeft u een idee van wat de Michaëlskracht, het Michaëlswezen van de mens wil. Want pas dan heeft u er een begrip van wat het grote vertouwen in de Geest is…En als op deze wijze het vertrouwen in het geestelijke zo’n zielsgesteldheid bewerkstelligt, dat men in staat is dit geestelijke als even reëel te ervaren als de bodem onder onze voeten, waarvan we weten, dat we – als die er niet zou zijn – niet met onze voeten kunnen lopen, dan hebben we een gevoel in ons gemoed van datgene, wat Michaël eigenlijk van ons wil”.

Tot slot:
Op 28 september 1924 gaf Rudolf Steiner deze laatste ontroerende voordracht vóór zijn dood.
Ik geef het laatste gedeelte weer.

(…) Nu terwijl u leeft, en vervolgens, wanneer u door de poort van de dood zult zijn gegaan. U zult daar in de geestelijke bovenzinnelijke wereld al die mensenzielen vinden met wie u zult voorbereiden wat aan het einde van deze eeuw (20ste) moet gebeuren en wat de mensheid door de grote crisis heen moet brengen waarin ze zich bevindt.
Alleen dan wanneer deze opgave, dit ons doordringen met de grote geweldige kracht van Michaël, met de wil van Michaël die immers niets anders is dan wat voor de Christus-wil voor de Christus-kracht uitgaat, ten einde deze Christus-kracht op een betere wijze in het leven op aarde te integreren – alleen dan, wanneer deze Michaël-kracht werkelijk de zege  kan behalen over het demonische-draakachtige dat u immers ook goed kent en wanneer u allen op deze wijze de Michaël-gedachte in het licht hebt opgenomen, wanneer u deze Michaël gedachte in goede trouw en met intense liefde hebt opgenomen en bewaard, wanneer u tracht deze Michaél-wijdingsstemming dit jaar  (1924) tot uitgangspunt te nemen van datgene, wat deze Michaël-gedachte niet alleen met alle intensiteit, met alle kracht in uw ziel doet oplichten, maar in al uw daden kan laten leven – dan zult u trouwe dienaren van deze Michaël-gedachte zijn, dan zult u hoogwaardige medewerkers kunnen worden bij datgene wat in de zin van Michaël door antroposofie in de aarde-ontwikkeling verwezenlijkt moet worden.

Hier onderbreek ik even deze voordracht. Het vervolg van deze voordracht van Steiner, is een dringend appèl. Hebben we sterk gestaan in het verleden?
Maar….hoe is de situatie nu 89 jaar later.?

Wanneer in de naaste toekomst in ten minste vier keer twaalf mensen de michaël-gedachte sterk opleeft, in vier keer twaalf mensen die echter niet door zichzelf, maar door de leiding van het Goetheanum in Dornach als zodanig kunnen worden erkend, wanneer uit vier keer twaalf van dergelijke mensen initiatiefnemers naar voren komen voor een Michaël-feeststemming, dan kunnen we het licht tegemoet zien dat door Michaël-stroming en Michaël-activiteit zich in de mensheid van de toekomst zal verbreiden.
Ik heb getracht alles op alles te zetten om u vandaag met deze korte woorden tenminste te zeggen dat het zo is. Voor meer zou vandaag mijn kracht nog  tekortschieten Maar dat is wat vandaag door de woorden heen tot uw zielen moge spreken: dat u door deze Michaëlgedachte opneemt in de zin van wat  een hart, dat trouw is aan Michaël kan voelen wanneer Michaël verschijnt, bekleed met het stralenkleed van de zon, Michaël die wijst en duidt op datgene wat gebeuren moet, opdat dit Michaël-kleed, dit licht tot de stromende woorden kan worden, die de Christus-woorden zijn, die de kosmische woorden zijn, waardoor Wereld-Logos tot mensen-logos kan worden. Laat mij daarom vandaag deze woorden tot u spreken:

Gij, aan zonnemachten ontsproten,
licht schenkende, werelden zegende
geestesmachten – tot Michaëls stralenkleed
zijt ge voorbestemd door het godendenken.

Hij, de Christusbode, duidt in u
op mensdragende, heilige wereldwil;
gij, heldere wezens van de etherwereld,
draagt het woord van Christus naar de mens.

Zo verschijnt Michaël, de heraut van Christus,
aan de wachtende, dorstende zielen;
voor hen schijnt uw lichtend woord
in de wereldtijd van de geestesmens.

Gij, leerlingen in het geestesonderricht,
neemt Michaëls wijze wenken,
neemt het liefdewoord van de wereldwil
met vrucht in uw hoge zieledoelen op.

GA. 238  Esoterische Betrachtungen Karmischer Zusammenhänge. Vierter Band.
Nederl. Karmaonderzoek 5 (uitg. Vrij Geestesleven)
Zie ook :Rudolf Steiner en de grondvesting van de nieuwe mysteriën door Sergej O. Prokofjeff. Hfdst. 7 Het Michaëltijdperk en het nieuwe Graalsgebeuren. (uitg. Perun Boeken)

Wat Rudolf Steiner ons bracht is nimmer verleden tijd, of achterhaald, maar heden en toekomst. Hiervan kennis te mogen nemen, geeft grote verantwoordelijkheid. Laten we ons  daar van bewust zijn en ons aaneensluiten. Steiner kon uitspreken waar de tijd rijp voor was en de mensen konden bevatten. Maar laten wij oppassen dat wij geen aanvulling proberen te geven uit onze beperktheid als mens, of het beter te weten dan Rudolf Steiner. Wat schenken wij de mensheid daarmee? Bevordert het wellicht tweespalt? De Antroposofie is de grootste bedreiging voor het Ahrimanische. Daar zullen we zeker niet van gevrijwaard zijn. In alle mogelijke en onmogelijke vormen zal het binnendringen.Het onder ogen zien, herkennen, is het beste middel tegen angst. Laten we ons verenigen in het gedachtegoed van Steiner, niet voor onszelf, maar tot steun en liefde voor de medemens en alle levende wezens om ons heen in de natuur, en de “levende”gestorvenen.

“Door Michaëls ogen kijkt Christus ons aan”.
 “Een nieuw gebod geef ik u, dat gij elkander liefhebt”.

Ons dagelijks verbinden met de Michaël spreuk kan ons steunen.

“O Michaël !
wil mij beschermen,
als uw dienaar
wil ik leven
uit heel mijn hart
opdat deze dag beeldt wordt
van uw wil
die het lot in goede banen leidt.

(Rudolf Steiner)





terug naar inhoudsopgave