vrijdag 27 februari 2015

Spirituele Wetmatigheden?


Spirituele Wetmatigheden?

De vraag workees 1dt wel eens gesteld of we spirituele kennis ook praktisch kunnen maken. We horen of lezen bijv. over ons theoretisch lijkende kennisgebieden en we vragen ons af, wat heb ik er aan? En ook, hoe kan ik weten of het waar is? Ik ga nu een voorbeeld beschrijven van iets wat ik zelf nadat ik er eerst over gelezen had  heb toegepast. De aanleiding hiertoe wordt hieronder beschreven.
 Rudolf Steiner beschrijft wat een mens na zijn dood in de geestelijke wereld kan meemaken. Dat kan voor een onvoorbereide lezer heel theoretisch klinken, immers met welke middelen kan gecontroleerd worden of het klopt wat hij beschrijft? Tegenwoordig ruim honderd jaar later wordt echter veel van wat Steiner noemde door serieuze onderzoekers bevestigd, zoals bijv. Pim van Lommel waar deze in een studie over bijna dood ervaringen veelal tot dezelfde conclusies komt.
Er wordt door Steiner gesproken over de kama loka (oord der begeerte) toestand na de dood. Als men net overleden is komt eerst het levenslichaam los van het fysieke lichaam welke nu met zijn ontbinding begint. Het levenslichaam (etherlichaam) bergt o.a. het menselijke geheugen in zich. Dit loslaten en tegelijkertijd ook oplossen van dit levenslichaam duurt ongeveer 3 dagen. (ongeveer zo lang als men er maximaal in slaagt wakker te blijven als men zich daarop zou toeleggen) In deze tijd ziet de gestorvene in een reusachtig perspectivisch panorama zijn hele leven voor zich uitgebreid van sterven tot geboorte. Wat kort tevoren beleefd is dichtbij en wat langer geleden gebeurd is verder weg, analoog net als het perspectief in een laan bomen. Bomen dichtbij groot en bomen verder weg klein. Maar alles wel tegelijkertijd. De tijd is tot ruimte geworden. Mensen met een bijna dood ervaring spreken vaak over dit panorama. Dit panorama kan zich ontvouwen in een fractie van een seconde bij bijna dood ervaringen. Mensen die het meemaken kunnen uren zo niet dagen lang spreken over deze korte tijdsflits als ze tenminste niet bang zijn om voor gek aangezien te worden, wat helaas vroeger maar al te vaak gebeurde. Tijd is in spirituele zin is dus iets heel anders dan wij hier op aarde beleven.
Daarna komt de tijd dat de mens zijn astrale lichaam ( het zielegebied) begint los te laten. Uiteindelijk gaat alleen zijn -ik-  (geest) door naar een volgende incarnatie.kees2
De mens gaat nogmaals zijn hele leven verwerken en wel chronologisch in omgekeerde volgorde. Maar dan vanuit het perspectief hoe hij door andere mensen beleefd is. Hoe dat precies in zijn werk gaat is o,a, in de volgende links beschreven.(noot 1-2-3-4) Maar waar het hier nu even om gaat is de tijdsduur van dat proces wat in het kama loka zich afspeelt. Die periode is namelijk ongeveer een derde van het geleefde leven. Is men bijv. 90 jaar geworden dan is deze periode ongeveer 30 jaar. Deze periode hangt samen met het feit dat een mens een derde van zijn leven slaapt. In elke nacht is er al een (onbewuste) verwerking van de afgelopen dag. In dit geval dus 90:3=30 jaar. (8 uur slaap per 24 uur). In terugwerkende volgorde wordt dus het leven als aaneengeschakelde nachten verwerkt vanuit het standpunt van de gevoelens van de andere mens. Deze andere mens leeft intussen zijn leven verder op aarde en is nog in het slaap/waakritme 1:3. Maar dat zijn slechts gemiddelden.
Nu de overgang van de theorie naar de praktijk. Daartoe het volgende voorbeeld. Ik heb het idee dat vele mensen deze belevenissen hebben,maar er weinig bewust bij stilstaan.kees 3
Mijn vader is in 1989 overleden en werd 66 jaar. (1923). Zelf ben ik van bouwjaar 1954.
Ik heb meerdere van deze momenten (als onder beschreven) gehad, maar ik licht er nu een bijzondere uit.
Op een gegeven moment in 2001 nadat ik eigenlijk al langere tijd niet meer aan mijn vader had gedacht, was hij opeens weer in mijn aandacht na een nacht slapen. Het was niet zijn verjaardag en er was ook geen uiterlijke aanleiding daarvoor. Indachtig de mededelingen van Steiner ging ik eens terugrekenen. In het jaar 2001 was het 12 jaar geleden dat mijn vader overleden was. In 1989 is zijn kamaloka periode begonnen. In 2001 was hij in het terugleven dus 12×3=36 jaar terug sinds 1989. 1989-36=1954. (de getallen zijn afgerond). Dus op het moment dat hij opeens levendig in mijn herinnering was, was hij aanbeland in het terugbeleven bij mijn eigen geboorte in 1954! Op deze manier kun je ook op andere belangrijke gebeurtenissen stuiten die je samen beleefd hebt. Hetzelfde kan ik ook over mijn moeder vertellen. In 2014 had ik iets soortgelijks. Overleden is ze in 1999, dus 15 jaar tevoren. 1999-3×15= 1954! Zoals ik al schreef dit gaat ook op bij andere gebeurtenissen,bij ernstige ziekte, het sterven van een ander familielid of juist de geboorte.
Voor degene die dit bij zich zelf eens willen nagaan is er de volgende formule.
B= tijdstip belevenis (dat men opeens na langere tijd bewustzijn heeft van iemand)
S=sterfdatum
T= verstreken tijd
D=berekende datum
B-S=T (streepje is minteken)
S-(3xT)=D
Vlgs voorbeeld boven
B2014-S1999=T15
S1999-(3xT15)=D1954
Zoals ik al schreef ook voor andere gezamenlijk belevenissen ging dit op. Na 2011 had ik het gevoel dat het gevoelscontact met mijn vader aan het afnemen was. In 2011, 22 jaar na zijn sterven had mijn vader sinds 1989 al 66 jaar terug beleefd en was bij zijn eigen geboorte in 1923 aangekomen. Volgens Steiner ga je dan over in een hogere hemelsfeer (noot 3) en hou je je minder met het leven op aarde bezig.
kees 4Het is voor de gestorvene heel belangrijk, dat degenen die nog op aarde achtergebleven zijn nog steeds denken aan de gestorvene, niet in de zin van was hij nog maar hier, maar om het verwerkingsproces voor de overledene makkelijker te maken. Vooral als er zich incidenten hebben voorgedaan die op dat moment onvergeeflijk waren kan het zeer waardevol zijn om later alsnog te proberen te vergeven. Op zijn beurt als de overledene in zijn verwerkingsproces aangekomen is bij deze belangrijke episode, is de kans dat de levende hier op aarde daar wat van mee krijgt groot indien hij er voor open staat, vooral in de slaap als hij ook (onbewust) in de geestelijke wereld is en zijn afgelopen dag aan het verwerken is. Een bewuste indruk die men heeft bij het ontwaken kan men dan serieus nemen en erachter proberen te komen wat er gezegd wil worden.
Probeert u zelf eens met iemand die u na stond en overleden is of u ook dergelijke belevenissen bij u zelf naar boven kunt halen.

Meer over kama loka en stadia na de dood:

terug naar inhoudsopgave

woensdag 18 februari 2015

auteur


De reis naar Constantinopel

Unknown-2





Hij was op weg met een reisgezelschap. De trein waarin ze reden maakte een langere tussenstop in Constantinopel. Om de tijd tot het vertrek te overbruggen en ook uit nieuwsgierigheid verliet hij het station en ging de omgeving verkennen. Maar al spoedig bemerkte hij dat hij de tijd uit het oog verloren had, de trein bleek al weer vertrokken met de rest van het gezelschap. Daarom werd echter niet gerouwd. Nu eenmaal daar ging hij verder de stad verkennen. Unknown-3Liep door smalle steegjes met naambordjes die hij niet kon lezen vanwege de oosterse lettertekens. Er liepen kleine vrouwtjes met hoofddoekjes en ze spraken een taal met elkaar die hij niet kon verstaan. Door de smallere steegjes ging het langzamerhand heuvelopwaarts. De stad was kennelijk op een heuvel gebouwd. De huizen waren ter weerszijden van de smalle steegjes hoog en weinig zonlicht bereikte de straat. Een beetje verloren voelde hij zich daar. Toen kwam hij bij een bredere hoofdstraat, meer zonlicht drong er door. Deze straat glooide ook langzaam omhoog.
Kijkende vanuit een smalle zijstraat zag hij in de hoofdstraat een stoet naderen. Voorop liep (of beter gezegd schreed) een zwart gesluierde vrouw. Hij voelde aan dat ze een weduwe was. Achter haar aan een gevolg van stemmig geklede mensen, een lange rij. Ze schreden geluidloos voorbij. Hij kreeg ook de indruk dat ze een prinses was of in ieder geval van hoge komaf. Het wekte in ieder geval zijn nieuwsgierigheid mateloos. Toch verloor hij de prinses-weduwe en de stoet weer uit het oog en ging verder de straten door wel steeds heuvelopwaarts. Toen bovenop op de heuvel ontwaarde hij een imposant gebouw, de Hagia Sophia, eens moskee, nu een kerk.
Hij ging er binnen door een hoge poort. Binnen reusachtige zuilen wijd uit elkaar en boven een reusachtig koepelvormig beschilderd plafond. Door gekleurde glasvensters met motieven speelden warme kleuren in een lichtspel op de bodem en de wanden. Daar zag hij opeens de zwart gesluierde vrouw, ze zat op een houten bankje vlakbij een grote stenen zuil. Hij wist dat hij zich geheimzinnig tot haar aangetrokken voelde. Haar gevolg van eerder was nergens te bekennen. Achter de sluier wist hij keek ze hem aan. Geen geluid klonk er nu, terwijl toen hij in de straatjes dwaalde er nog wel een geroezemoes geklonken had. Toen liep hij op haar toe voelde ook iets van sensualiteit en wilde de sluier optillen om het gezicht te kunnen zien waarvan hij het gevoel had dat het wonderschoon moest zijn, net als haar hele voorname gestalte, zwarte geklede lange gestalte met slank postuur.images
Toen opeens sloeg een gedachte binnen met de kracht van een bliksemflits. Hij had zijn schoenen nog aan!, had verzuimd deze uit te trekken bij de ingangspoort. Het voelde aan als bijna een vloek, heiligschennis! In een moskee, een sluier willen oplichten van een mooie voorname vrouw en dat met de schoenen aan! Diepe schaamte overviel hem, hij keerde zich om en verliet teleurgesteld de kerk, zij volgde hem liefdevol met haar blik. Daarna volgde een dwaalweg in tegenovergestelde richting van de heenweg door de stad, echter nu heuvelafwaarts. Dit gebeurde in grote verwarring en een gevoel van gefaald hebben. Uiteindelijk kwam hij buiten de stadsmuren in een mooi glooiend goudgroen landschap in de namiddagzon. Een zilverkleurig riviertje meanderde liefelijk door het landschap. Hij werd getrokken naar een man in het veld, deze was met een zeis het goudgele koren aan het maaien met grote ritmische bewegingen. Een oude wijze man met lange witte mantel en lang wit haar dat in de zon zilverig glinsterde. Toen hij daar aan kwam begon de man liefdevol in een vreemde taal tot hem te spreken, maar toch kon hij alles verstaan.
Toen werd hij wakker uit deze zo detailrijke heldere droom. Vergeten was alles wat de oude man hem vertelde op een ding na, “alles zal goedkomen”. Vervolgens in de jaren die volgden bleek het dat deze heldere droom tot een richtsnoer in zijn leven werd.


terug naar inhoudsopgave